Een ondoordringbaar vogelparadijs
We hebben nog een paar stukjes grasland zonder bestemming. We weten inmiddels dat zomaar wat doen, weinig zin heeft. Voor je het weet is het weer grasland en mislukt je projectje. We hebben al best veel dingen geprobeerd, maar de beste methode is toch gewoon maar de bovenste 10 cm van je bodem schrapen. Dat gaat mogelijk ten koste van de bodemkwaliteit, maar die is toch al laag op de plekken waar we nog niet actief zijn.
Daarom ben ik nu maar weer gaan graven om ons nieuwe plannetje een eerlijke kans te geven: het groenblijvende ondoordringbare vogelparadijs. 17 struikkamperfoelies, 41 glasmispels en 75 vuurdoorns moeten op termijn een kleurrijke schuilplaats gaan vormen met een overvloed aan rode en oranje bessen.
En in de tussentijd moet het gras het niet weer overnemen, temeer omdat ik er niet meer goed bij kan vanwege de vlijmscherpe doornen van de vuurdoorns. Ruim 30 kruiwagens bladeren en een berg houtsnippers vormen de eerste poging het gras te onderdrukken en het bodemleven op gang te brengen.
Van de graszoden heb ik meerdere heuvels gemaakt waarvan ik er 1 helemaal heb beplant met kattekruid. Dat deed ik nadat ik de heuvel in de wintermaanden eerst met een vrachtwagenzeil heb afgedekt om hem daarna met een dikke laag bokashi te bekleden. Er is vast meer nodig, maar dat is een zorg voor later.